Op 21 september 1792 werd in Frankrijk de monarchie afgeschaft en moest koning Lodewijk XVI voortaan als burger Lodewijk Capet door het leven gaan. In de nieuwe volksvertegenwoordiging, de Nationale Conventie, ontstond een fel debat over de vraag of en waarvoor burger Capet berecht moest worden. De meerderheid meende dat de koning berecht moest worden en na een discussie van drie weken werd besloten tot de doodstraf. Van de 721 afgevaardigden stemden er 387 voor de terechtstelling van burger Capet. Op de ochtend van 21 januari 1793 liet Sanson, de beul, de guillotine zijn werk doen. Het afgehakte hoofd werd aan de verzamelde menigte getoond, die uitriep: “Vive la Nation” en “Vive la République”. Lodewijk toonde zich een waardig mens in zijn laatste dagen. In zijn testament schreef hij: “Ik vergeef met heel mijn hart diegenen die zich tot mijn vijanden hebben gemaakt zonder dat ik hun daarvoor enige reden heb gegeven en bid God om hen te vergeven, zelfs diegenen die mij vanuit verkeerd ideaal, of vanuit een verkeerd begrepen ideaal, veel kwaad gedaan hebben.”
