Na de moord op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand in 1914 volgden massale nationalistische demonstraties in Berlijn, Parijs, Sint-Petersburg, Londen en Wenen, waarin de menigte schreeuwde om oorlog. De gevoelens van de menigte in Berlijn werd door een getuige als volgt omschreven: ‘Ze kennen elkaar niet. Maar ze zijn allemaal gegrepen door een diepe emotie: oorlog, oorlog en een gevoel van saamhorigheid.’ Onderweg naar het front in september 1914 is dit het commentaar van een jonge Duitse rechtenstudent: hoewel hij de oorlog hekelt als ‘verschrikkelijk, mensonwaardig, dom, ouderwets en in elk opzicht destructief’, komt hij tot de conclusie dat ‘de beslissende factor toch altijd de bereidheid tot opoffering is en niet het doel van het offer’.
