Wat was de grootste angst van een Griekse held?

Er is geen sprake van eer, zolang deze niet bewezenwordt; zonder eerbetoon geen eer. Daarom noemt Aristoteles de eer “het grootste van de uitwendige goederen” en was er één vooruitzicht dat de Griekse helden de stuipen op het lijf kon jagen: de ontering van hun lichaam na hun overlijden. Tegenover de verhoging staat immers de vernedering. Beide is uitwendig en heeft evenveel zeggingskracht. Een Griekse held kon nog zoveel eer bezitten door roem en rijkdom, te allen tijde kon hij dit ook weer verliezen door zijn eigen goede naam te bezoedelen of door anderen vernederd te worden. In de Ilias van Homerus, evenals in vele andere geschriften uit de klassieke oudheid, is dit dan ook hét dreigement aan het adres van de vijand: dat zijn lichaam zou worden geschonden (bijvoorbeeld in stukken gesneden) en zijn lijk niet zou worden begraven (maar bijvoorbeeld aan de vogels zou worden gevoerd). Een vreselijke gedachte. Voor de Griekse held betekende zo’n ontering zelfs, dat zijn ziel nooit rust zou vinden en voor eeuwig zou moeten ronddwalen buiten de poorten van het dodenrijk.

Terug naar overzicht