Zeven gevangenen: vier valsemunters, twee krankzinnigen en een jonge graaf die op kosten van zijn familie wegens liederlijk gedrag in de Bastille was opgesloten. Niettemin werden zij als politieke martelaren door de straten van Parijs gevoerd. De Bastille, gebouwd in de veertiende eeuw, stond voor alles wat niet deugde aan het regime van de koning. In werkelijkheid kon deze gevangenis zich echter uitstekend meten met de service van onze Bijlmer Bajes. De meeste gevangenen zaten in achthoekige cellen in één van de vijf tot zeven verdiepingen tellende torens. In deze cellen bevonden zich een bed, een of twee tafels, verschillende stoelen, een stookplaats en een raam voorzien van spijlen. De gevangenen mochten hun eigen spullen meenemen, zelfs een kat of hond. De kwaliteit van het voedsel hing af van de sociale status van de gevangenen: hoe hoger de status en inkomen, hoe beter het eten. Ter verstrooiing was het toegestaan te kaarten, een slokje wijn te drinken en soms zelfs een biljardje te leggen.
