Rond 1430 begon een metaalbewerker uit het Duitse plaatsje Mainz, Johannes Gutenberg, drukletters te gieten. In 1455 drukt hij met een verbeterde pers de eerste bijbel. Daarna nam de boekproductie een hoge vlucht. Naar schatting zijn er in de veertig jaar tussen de bijbel van Gutenberg en het einde van de vijftiende eeuw in Europa zo’n twintig miljoen boeken geproduceerd. Tussen 1500 en 1600 liep dit op tot zo’n tweehonderd miljoen en inmiddels is er alleen nog maar een Harry Potter voor nodig om dit aantal boeken te produceren. In 1483 werden de letters van het cyrillische alfabet gegoten en in 1501 die van het Griekse. In 1605 verschenen er met regelmaat kranten, die zich aanvankelijk vooral richtten op financieel-economisch nieuws. In 1693 werd in Engeland het eerste vrouwentijdschrift gepubliceerd en in 1702 het eerste dagblad. In 1753 verkochten Britse uitgevers 20.000 kranten per dag, waarvan de afzonderlijke exemplaren waarschijnlijk door meerdere mensen werden gelezen.
