Vierhonderd jaar lang, van 1347 tot 1743, leefde Europa met de pest. Achthonderd jaar daarvoor, in 540 voor Christus, had de ziekte ook al eens Europa aangedaan. Vanuit Ethiopië en Egypte had de ziekte zich toen over Azië en Europa verspreid. In de veertiende eeuw was er opnieuw sprake van een wereldepidemie. In totaal eiste deze vijftig miljoen slachtoffers. In Europa overleed eenderde van de bevolking. Ongeveer hetzelfde deel overleed in totaal aan álle epidemieën. Voor Engeland en Nederland waren 1664 en 1665 bijzonder rampzalig, hoewel dit Charles II niet belette Nederland de oorlog te verklaren. Honderdduizend Londenaren bezweken aan de pest (28%). Toen in 1666 drievijfde van de stad afbrandde, verdween ook de ziekte. In Amsterdam overleden bijna vijfentwintigduizend mensen aan de ziekte (12 tot 15%), in Leiden en Gouda tussen de 25 en 35% van de bevolking. Niemand wist al die eeuwen waar de ziekte vandaan kwam of wat er tegen te doen was. Na 1743 kwam de ziekte niet meer in Europa voor, vermoedelijk door de verbeterde hygiëne in de steden. Pas in 1894 werd de verwekker van de pest ontdekt.
