De diepte serieus nemen

Een onderzoekster vroeg eens aan zo’n 5000 Nederlanders: “Ben je gelukkig?” 80% zei ja. Vervolgens vroeg ze: “Vind je dat je een betekenisvol leven leidt?” Dit keer zei slechts 37% ja. De onderzoekster begon de respondenten te volgen en kwam erachter dat degenen die beide vragen bevestigend hadden beantwoord in de volgende drie jaar 53% minder vatbaar waren voor angststoornissen en 28% minder vatbaar voor stemmingsstoornissen. [1]

De communiteit L’Imprevisto is één groot antwoord op de kwetsbaarheid die in dit onderzoek wordt blootgelegd: gebrek aan betekenis maakt vatbaar voor angst en depressie, wat zich vaak uitdrukt in ontreddering en diepe gevoelens van verlatenheid.

Wat betekent dat: een betekenisvol leven leiden? Het betekent dat wij op iets diepers zijn gestoten dan het tijdelijk geluk van ‘de wind mee hebben in het leven’. Ergens hebben wij ontdekt dat het leven óók betekenisvol kan zijn wanneer het lichaam niet meer meewerkt, dromen niet verwezenlijkt worden, complimenten plaatsmaken voor kritiek.

Betekenisvol leven is kunnen zeggen: ‘Het doet ertoe dat ik er ben, of het nu mee- of tegenzit.’ Zo’n uitspraak is een waar godsgeschenk in onze tijd. Velen hebben de gedachte omarmd dat het leven op zichzelf zinloos is en dat wij het daarom zin moeten géven. Dat gaat goed zolang het goed gaat. En Nederlanders kunnen best gelukkig zijn áls het goed gaat. Maar loopt het leven niet meer volgens plan, lukt het ons niet ons leven betekenisvol te máken, dan blijken wij 100% verantwoordelijk voor ons eigen falen. Kille leegte resteert.

Juist als het grondig tegenzit en wij niet meer in onszelf kunnen geloven, juist dan blijkt hoe belangrijk het is om van een ánder – God en mens – te horen dat ons leven nog altijd waarde en betekenis heeft. Velen in onze hyper-geïndividualiseerde samenleving zijn deze ander kwijtgeraakt. Decennia van nadruk op autonomie en authenticiteit hebben geleid tot ‘eenzame opsluiting’. We hebben onszelf aangepraat dat wij de enigen zijn die op ons eigen leven mogen inspreken. Maar dit zelf opgelegde isolement, dat als vrijheid wordt verkocht, laat ons in verwarring en verweesdheid achter zodra wij niet meer aan onze eigen verwachtingen kunnen beantwoorden.

Jongeren zijn op dit punt extra kwetsbaar. Meer dan vorige generaties kregen zij te horen dat zij hun eigen pad moeten banen en eigen gevoel moeten volgen. Maar precies dat gevoel keert zich keihard tegen hen wanneer zij teleurgesteld raken in zichzelf en ook nog eens geconfronteerd worden met een teleurstellende wereld. Alles wat verdoven kan krijgt dan een grote aantrekkingskracht.

Het begint ons weer te dagen dat het leven ons als enkeling overvraagt. We hebben anderen nodig om de moed erin te houden, het geloof te behouden, en in moeilijke tijden van een ander te horen: ‘Maar íkvind het nog altijd waardevol dat jij er bent!’ Of het nu om religies, activistische groeperingen of filterbubbels gaat, steeds meer mensen (vooral jongeren) voelen opnieuw de behoefte om ergens bij te horen.

Aan deze groeiende behoefte zit ook een risico, namelijk dat wij ons van de weeromstuit weer zózeer aan gemeenschappen en tradities verbinden, dat wij ons kritisch vermogen verliezen. Hyperindividualisme roept hyperconformisme op; hyperprogressivisme roept hyperconservatisme op. We zijn er nog niet wanneer wij elkaar weer weten te vinden. Wat nodig blijft is een juist balans tussen het oude koesteren en het nieuwe ontdekken, tussen eenheid en verscheidenheid, tussen gelovig dingen aannemen en kritisch dingen bevragen. Die balans bewaren is een vaardigheid, en de ontwikkeling daarvan vraagt om opvoeders, rolmodellen, ‘meesters’ in het evenwichtig existeren.

Maar ook dát vraagt om een gemeenschap. Linksom of rechtsom hebben wij de ander nodig. Het experiment van vollédige autonomie en alléén nog naar jezelf luisteren is mislukt. Zeker was het waardevol dat wij ons kritisch denkvermogen en de uniciteit van ieder individu ontdekten. Dat moet ook zeker niet verloren gaan. Maar het vereist zelfs een gemeenschap om dit kritische denkvermogen en deze authenticiteit te zien floreren. Zonder rolmodellen dwaalt de geest.

Tijd dus om het ‘samen leven’ weer op te pakken; nieuwe waarde te hechten aan relaties, vriendschappen, huwelijken, gezinnen, verenigingen, kerkverbanden en communiteiten als L’Imprevisto. Het is via de ander dat de mens zichzelf leert kennen en via de ander dat het leven ook bij tegenspoed betekenisvol blijft. Leven vraagt om iets groters en ouders dan onszelf: gemeenschappen waarin wijsheden en overtuigingen worden doorgegeven; waarin symbolen en rituelen uitdrukking geven aan dat wat zijn waarde behoudt; waarin trouw en respect, aandacht en mededogen de basis vormen.

Het leven kent diepten die te grondeloos en grenzeloos zijn voor één mens. Er is de diepte van lijden en tegenslag die de grond onder onze voeten vandaan trekt en ons weg laat zakken in de zinloosheid. Dan stijgt het water ons tot aan de ziel en hebben wij iemand nodig die ons de hand reikt en tot een ándere diepte voert: de diepte van de grenzeloze omarming die niet kan worden afgedwongen maar alleen in vrijheid tot ons komt, die de eeuwigheid in zich draagt en iedere ademtocht van betekenis vervult. Tijd om, aangemoedigd door het voorbeeld van Silvio Cattarina, deze dubbele diepte weer voluit serieus te nemen.

Bijdrage aan het boek: “Perspectief op het onverwachte; hoe verloren jongeren weer terug te vinden” (Groen, 2026), met vooral teksten van Silvio Cattarina en korte bijdragen van Hanneke Schaap-Jonker, Wout Schonewille, Luitenant Harriëtte Hofman-Boers, Elisabeth van Leeuwen-Klink, Evert-Jan Ouweneel en Marian Ruitenberg.


[1] [Marijke Schotanus-Dijkstra, How to flourish in everyday life?, Enschede: University Twente, 2016.